Amsterdamblik Nieuwsupdate Nederlands
Amsterdamblik.nl Amsterdamblik Nieuwsupdate
Blog Lokaal Politiek Technologie Wereld Zakelijk

Wet Tegenbewijsregeling Box 3 – Alles Wat Je Moet Weten

Thijs Lars van Dijk Bos • 2026-04-08 • Gecontroleerd door Lotte Mulder

De Wet tegenbewijsregeling box 3 treedt op 19 juli 2025 in werking en biedt Nederlandse belastingplichtigen de mogelijkheid om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager ligt dan het forfaitaire rendement waarover zij belasting betalen. Deze tijdelijke wet voorziet in aanvullend rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2027, nadat eerdere regelingen onvoldoende bleken om schendingen van het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te herstellen.

Het wetsvoorstel, dat op 8 juli 2025 door de Eerste Kamer werd aangenomen, codificeert de arresten die de Hoge Raad de afgelopen jaren heeft gewezen over de discriminatoire werking van het box 3-stelsel. Belastingplichtigen kunnen vanaf het belastingjaar 2025 bij de Belastingdienst een verzoek indienen voor teruggaaf van te veel betaalde belasting, mits zij kunnen bewijzen dat hun daadwerkelijke opbrengsten uit sparen en beleggen onder het forfaitaire percentage liggen.

De regeling geldt tot de invoering van een nieuw box 3-stelsel, wat naar verwachting per 1 januari 2028 plaatsvindt via de Wet werkelijk rendement box 3. Tot die tijd moeten burgers die menen te veel belasting te hebben betaald, zelf de bewijslast dragen om het werkelijke rendement aannemelijk te maken.

Wat is de tegenbewijsregeling voor box 3?

Definitie

Tijdelijke wet die rechtsherstel biedt door belastingplichtigen hun werkelijke rendement te laten bewijzen tegenover het forfaitaire rendement.

Inwerkingtreding

19 juli 2025, met terugwerkende kracht voor belastingjaren vanaf 2017 tot en met 2027.

Voorwaarden

Bewijslast ligt bij de belastingplichtige. Per jaar moet apart een beroep worden gedaan op de regeling.

Procedure

Verzoek tot teruggaaf indienen bij de Belastingdienst met onderbouwing van werkelijke opbrengsten min directe kosten.

  1. Tijdelijke maatregel: De wet geldt tot invoering nieuw box 3-stelsel per 1 januari 2028.
  2. Bewijslast omgekeerd: De belastingplichtige moet aantonen dat het werkelijke rendement lager is, niet de fiscus.
  3. Omvattende scope: Ook spaarders met uitsluitend bank- en spaartegoeden komen in aanmerking.
  4. Werkelijk rendement: Omvat directe opbrengsten (rente, dividend, huur) minus directe kosten, plus forfaitair rendement op schulden.
  5. Codificatie jurisprudentie: De wet verankert de vuistregels die de Hoge Raad ontwikkelde in arresten van 2021-2024.
  6. Complexe uitvoering: De Raad van State waarschuwde voor uitvoeringsdruk en potentiële vertragingen bij de Belastingdienst.
Feit Details
Wetstype Tijdelijke wet rechtsherstel
Geldigheidsperiode Belastingjaren 2017 t/m 2027
Inwerkingtreding 19 juli 2025
Aangenomen Tweede Kamer 12 juni 2025
Aangenomen Eerste Kamer 8 juli 2025
Bewijslast Ligt bij belastingplichtige
Rendementvergelijking Werkelijk versus forfaitair
Opvolging Wet werkelijk rendement box 3 (per 2028)

Wanneer treedt de wet tegenbewijsregeling box 3 in werking?

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 19 juli 2025 in werking getreden, nadat het wetsvoorstel op 12 juni 2025 door de Tweede Kamer en op 8 juli 2025 door de Eerste Kamer was aangenomen. Deze datum markeert het formele begin van de mogelijkheid voor belastingplichtigen om gebruik te maken van de tegenbewijsregeling voor openstaande jaren.

Parlementaire behandeling en goedkeuring

Het traject door het parlement verliep in de eerste helft van 2025. Op 12 juni 2025 stemde de Tweede Kamer in met het voorstel, waarna de Eerste Kamer op 8 juli 2025 definitief haar goedkeuring gaf. De wetsbehandeling in de Eerste Kamer sloot de wetsprocedure af, waarna publicatie in het Staatsblad volgde en de wet tien dagen later van kracht werd.

Tijdelijke regeling tot 2028

De regeling blijft van toepassing tot de invoering van een nieuw box 3-stelsel, waarvan de start is voorzien per 1 januari 2028. De Wet werkelijk rendement box 3 moet het huidige forfaitaire stelsel structureel vervangen. Tot die tijd fungeert de tegenbewijsregeling als overbruggingsmaatregel voor belastingplichtigen die structureel te veel belasting betalen over hun vermogen.

Aangifte 2024

Voor de aangifte inkomstenbelasting 2024 (het belastingjaar 2023) blijft de heffing gebaseerd op het forfaitaire rendement. Er is voor dit jaar nog geen mogelijkheid om te kiezen voor heffing op basis van werkelijk rendement.

Wie komt in aanmerking voor de tegenbewijsregeling box 3?

De regeling is toegankelijk voor alle belastingplichtigen met inkomsten uit sparen en beleggen in box 3, maar de toepassingsvoorwaarden verschillen per periode. Voor de jaren vanaf 2021 kan iedereen met box 3-inkomen een beroep doen op de regeling, terwijl voor de periode 2017-2020 aanvullende voorwaarden gelden.

Onderscheid naar tijdvakken

Voor de belastingjaren 2021 tot en met 2027 staat de tegenbewijsregeling open voor iedereen die belasting betaalde over box 3-inkomen. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 geldt een restrictie: het beroep op de regeling is alleen mogelijk als op 24 december 2021 geen onherroepelijke definitieve aanslag met box 3-inkomen vaststond, of indien die aanslag later is opgelegd. Deze datum verwijst naar het zogenaamde Kerstarrest van de Hoge Raad.

Spaarders en kleine vermogens

Ook belastingplichtigen die uitsluitend over bank- en spaartegoeden beschikten, zonder beleggingen, hebben recht op herstel indien zij kunnen aantonen dat hun werkelijke renteopbrengsten lager waren dan het forfaitaire percentage. Dit betekent dat de regeling niet alleen gericht is op beleggers met complexe portefeuilles, maar op alle vermogenscategorieën binnen box 3.

Het is belangrijk om te realiseren dat voor ieder belastingjaar apart een verzoek moet worden ingediend. Een succesvol beroep voor één jaar geeft geen automatisch recht op herstel voor andere jaren. Ziggo Modem Knippert Groen – Betekenis, Oorzaken en Oplossing

Hoe dien je tegenbewijs in bij de Belastingdienst voor box 3?

Belastingplichtigen die menen recht te hebben op teruggaaf, dienen een formeel verzoek in bij de Belastingdienst. Dit verzoek moet vergezeld gaan van concrete bewijsstukken die het werkelijke rendement over het desbetreffende jaar aannemelijk maken.

Wat moet je aantonen?

Het werkelijke rendement wordt berekend als de som van directe opbrengsten minus directe kosten. Hierbij gaat het om rente, dividend en huuropbrengsten, verminderd met kosten die direct verband houden met deze opbrengsten. Daarnaast wordt een forfaitair rendement op schulden verrekend. De Hoge Raad heeft vuistregels geformuleerd voor de berekening van waardestijgingen en overige componenten, gebaseerd op het rendementsbegrip dat de wetgever oorspronkelijk voor ogen had.

Bewijslast en bewijsniveau

De belastingplichtige draagt de bewijslast om aannemelijk te maken dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire percentage. Dit geldt ongeacht de grootte van het verschil tussen beide bedragen.

Berekening werkelijk rendement

De berekening volgt de methodiek die de Hoge Raad heeft ontwikkeld in zijn arresten. Directe opbrengsten vormen het vertrekpunt. Van deze opbrengsten worden directe kosten afgetrokken. Voor schulden wordt een forfaitair rendement gehanteerd. De specifieke rekenregels vereisen nauwkeurige administratie van alle vermogensbestanddelen en bijbehorende kasstromen gedurende het belastingjaar.

Uitvoeringsrisico’s

De Raad van State waarschuwde in haar advies van 17 februari 2025 voor significante uitvoeringsdruk op de Belastingdienst. Dit kan leiden tot vertragingen in de afhandeling van verzoeken om teruggaaf.

De Hoge Raad-arresten vormen direct geldend recht; de wet codificeert deze uitspraken. Dit betekent dat belastingplichtigen zich ook vóór de inwerkingtreding van de wet konden beroepen op de door de rechter ontwikkelde regels. Dank U Voor Deze Nieuwe Morgen – Betekenis, Oorsprong En Gebruik

Hoe ontwikkelde de wet tegenbewijsregeling zich door de jaren heen?

  1. : Het Kerstarrest van de Hoge Raad oordeelt dat het box 3-stelsel discriminerend is als het forfaitaire rendement hoger ligt dan het werkelijke rendement.
  2. : De zogenaamde D-day-arresten versterken de jurisprudentie over de schending van het EVRM.
  3. : Aanvullend arrest van de Hoge Raad over de gevolgen voor bestaande aanslagen.
  4. : Verdere uitspraak over de precieze reikwijdte van het rechtsherstel.
  5. : Laatste arresten van 2024 die de vuistregels voor berekening verfijnen.
  6. : De Raad van State brengt haar advies uit over het wetsvoorstel en waarschuwt voor uitvoeringsdruk.
  7. : De Tweede Kamer neemt het wetsvoorstel aan.
  8. : De Eerste Kamer stemt in met de wet.
  9. : De wet treedt officieel in werking.

Wat is zeker en wat blijft onduidelijk over de tegenbewijsregeling?

Vaststaande feiten

  • De wet is per 19 juli 2025 van kracht.
  • De bewijslast ligt onverkort bij de belastingplichtige.
  • De regeling geldt voor jaren 2017-2027.
  • Voor 2021-2027 is iedereen met box 3-inkomen gerechtigd.
  • De Hoge Raad-arresten vormen de basis voor de berekeningsmethodiek.

Onzekerheden

  • De exacte doorlooptijd voor de afhandeling van verzoeken door de Belastingdienst.
  • De capaciteit van de fiscus om de verwachte hoeveelheid tegenbewijzen te verwerken.
  • Specifieke details over de overgang naar het nieuwe stelsel per 2028.

Waarom was een tweede ronde rechtsherstel nodig voor box 3?

De noodzaak van de Wet tegenbewijsregeling box 3 ontstond omdat eerdere pogingen tot rechtsherstel onvoldoende bleken om de gevolgen van het forfaitaire stelsel volledig weg te nemen. De Wet rechtsherstel box 3 (2017-2022) en de Overbruggingswet box 3 (vanaf 2023) boden weliswaar compensatie, maar volgens de Hoge Raad bleven er schendingen bestaan van het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het EVRM.

Het forfaitaire rendement, dat een vast percentage hanteert voor alle vermogensbestanddelen ongeacht de werkelijke opbrengst, bleef leiden tot situaties waarbij belastingplichtigen worden belast over opbrengsten die zij feitelijk niet hebben gerealiseerd. Met name spaarders met lage rente-opbrengsten en beleggers met verliezen werden hierdoor onevenredig getroffen. De nieuwe wet moet dit structureel rechtzetten door de mogelijkheid te bieden het werkelijke rendement te bewijzen.

Wat zeggen betrokken instanties over de nieuwe regeling?

De uitvoering van de tegenbewijsregeling zal aanzienlijke druk leggen op de capaciteit van de Belastingdienst. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om vertragingen te voorkomen.

— Raad van State, Advies Wet tegenbewijsregeling box 3, 17 februari 2025

Het box 3-stelsel is discriminerend indien en voor zover het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement.

— Hoge Raad der Nederlanden, Kerstarrest, 24 december 2021

Wat moet je onthouden over de wet tegenbewijsregeling box 3?

De Wet tegenbewijsregeling box 3 biedt vanaf 19 juli 2025 de mogelijkheid om teruggaaf te vragen van te veel betaalde belasting over vermogen voor de jaren 2017-2027, mits u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire percentage. De regeling vereist dat u per belastingjaar apart een verzoek indient bij de Belastingdienst, voorzien van concrete bewijsstukken over uw daadwerkelijke opbrengsten uit sparen en beleggen. Dank U Voor Deze Nieuwe Morgen – Betekenis, Oorsprong En Gebruik

Veelgestelde vragen

Verschilt de tegenbewijsregeling van het forfaitaire rendement?

Ja. Bij het forfaitaire rendement betaalt u belasting over een vast percentage van uw vermogen, ongeacht werkelijke opbrengsten. Met de tegenbewijsregeling toont u aan wat u daadwerkelijk verdiende, waardoor u mogelijk minder belasting betaalt.

Geldt deze regeling voor box 3 over 2024?

Voor de aangifte 2024 (belastingjaar 2023) blijft de forfaitaire heffing van toepassing. Vanaf belastingjaar 2025 kunt u bij de aangifte kiezen voor toepassing van de tegenbewijsregeling.

Wat als je geen tegenbewijs levert?

Blijft u bij het forfaitaire systeem dan betaalt u belasting volgens de standaardpercentages over uw vermogen, zonder teruggaaf van eventueel te veel betaalde bedragen.

Hoe bereken je het werkelijke rendement voor box 3?

Tel alle directe opbrengsten (rente, dividend, huur) op, trek directe kosten af en reken een forfaitair percentage af voor schulden. De Hoge Raad heeft specifieke vuistregels voor waardestijgingen.

Wat zijn de gevolgen als tegenbewijs niet slaagt?

Als de Belastingdienst het bewijs niet overtuigend vindt, blijft de aanslag gebaseerd op het forfaitaire rendement staan. U heeft dan geen recht op teruggaaf.

Thijs Lars van Dijk Bos

Over de auteur

Thijs Lars van Dijk Bos

We publiceren dagelijks feitelijke verslaggeving met doorlopende redactionele controle.